België was (naast bv. Luxemburg en Zwitserland) jarenlang gekend voor zijn fiscaal bankgeheim. Maar de bescherming die het Belgisch bankgeheim biedt, is doorheen de jaren aanzienlijk afgenomen. Zo werd in 2011 een centraal register opgericht in de schoot van de Nationale Bank van België met een overzicht van welbepaalde rekeningen en financiële contracten die bij financiële instellingen in België worden aanhouden (door zowel inwoners als niet-inwoners). Dat register – het Centraal aanspreekpunt (hierna: het ‘CAP’) – werd speciaal opgericht voor de fiscale administratie met het oog op een effectieve en efficiënte controle en inning van de inkomstenbelastingen.

Opheffing van het fiscaal bankgeheim en invoering van het CAP: de wet van 14 april 2011

Het fiscaal bankgeheim en de mogelijkheid voor de fiscus om het te doorbreken, indien van toepassing, is doorheen de jaren sterk geëvolueerd. Die evolutie moet o.a. gezien worden in het licht van de internationale uitwisseling van fiscale en bancaire gegevens tussen belastingautoriteiten en de toegenomen focus op fiscale transparantie om bv. (fiscale) fraude, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te kunnen bestrijden.

Evolutie van het materieel en personeel toepassingsgebied van het CAP (2011-2020)

Doorheen de jaren werd het materieel en personeel toepassingsgebied van het CAP echter aanzienlijk uitgebreid.

Belgische rijksinwoners verplicht zelf te melden

Sinds 2015 zijn ook Belgische rijksinwoners verplicht om zelf hun buitenlandse rekeningen aan het CAP te melden. Omwille van het internationaalrechtelijk territorialiteitsbeginsel kan België louter op grond van interne wetgeving buitenlandse banken en financiële instellingen niet verplichten om gegevens van hun Belgische cliënten mee te delen aan het CAP. Dit leidde tot een impliciete discriminatie tussen Belgische en buitenlandse financiële instellingen, waarbij binnenlandse financiële instellingen een concurrentieel nadeel konden ondervinden. Daarom werd beslist om voor buitenlandse rekeningen een gelijkaardige CAP-rapporteringsplicht op te leggen aan de belastingplichtige zelf.

Uitbreiding van de louter fiscale bestemming (programmawet van 1 juli 2016)

Tot 2016 was het CAP geconcipieerd als een louter fiscaal databestand, dat enkel toegankelijk was ten behoeve van de controlediensten. Oorspronkelijk was het gebruik van het CAP dus beperkt tot de strijd tegen fiscalefraude. Met de programmawet van 1 juli 2016 werd de machtiging om de informatie opgeslagen in het CAP op te vragen evenwel uitgebreid naar: alle invorderingsdiensten, de controlediensten bevoegd voor de btw, de douane en accijnzen, het gerechtelijk apparaat, notarissen handelend in het kader van aangiften van nalatenschap en de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI).

Van statische naar dynamische database (de CAP-Wet van 8 juli 2018)

In 2018 werd de werking van het CAP geactualiseerd en grondig gewijzigd wat betreft de mededeling van informatie door financiële instellingen. Waar het CAP tot dan een statische database was die elk jaar één keer werd bijgewerkt, evolueerde de databank naar een dynamische omgeving waarin financiële instellingen elke ‘opening’, ‘wijziging’ en ‘sluiting’ van rapporteerbare rekeningen en contracten op wekelijkse of zelfs dagelijkse basis moeten toevoegen.

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *