Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Vroeger kon een gerechtsgebouw best worden vergeleken met een overdekte markt. Je kon er vrij in-en uitlopen en professionelen vermengden zich met rechtzoekenden van allerlei slag. De wandelgangen (in het Frans lyrisch omschreven als “la salle des pas perdus”) waren een broeihaard van nieuwtjes en roddels. Toegangscontroles zijn er een relatief recent fenomeen, voor zover er daarvoor budgetten zijn. Op sommige (schaarse) plekken zijn er scanstraten. Elders is er een soort identiteitscontrole en op vele plaatsen botst men aan de ingang op de in betere tijden gecreëerde onthaalloketten, die nu wegens besparingen onbemand zijn.

Die gebouwen waren tot voor kort ook de werkplek van de pleitende advocaat. Gehuld in toga en gewapend met de kracht van het woord stond de advocaat de cliënt te overbluffen, de tegenstrever te pareren en de rechtbank te overtuigen. Het pleidooi als het ultieme sacrale momentum.  Wie soms in burgerlijke zaken de vraag durfde stellen naar de meerwaarde van die mondelinge debatten,  vaak gepaard met ellendig lange wachttijden en niet altijd geïnteresseerde rechters, werd meewarig bekeken. “Pleiten is mijn leven” was het motto van velen.

En dan kwam er de Covid-19 pandemie. Al snel (en vanaf 19 maart) circuleerde het bericht dat er uitzonderingsmaatregelen zouden worden genomen om justitie in deze maatschappelijke lockdown overeind te houden. Ook voor een regering met volmachten neemt dat tijd in beslag.  Op 9 april verschenen de volmachtenbesluiten nr. 2 (burgerlijke procedures), nr. 3 (strafprocesrecht) en nr. 4 (algemene vergaderingen van mede-eigendom en vennootschappen) in het Staatsblad.

Dat KB nr. 2 kreeg meteen de meeste aandacht. Om justitie op dreef te houden worden alle burgerlijke zaken die voor pleidooien zijn vastgesteld tussen 11 april tot en mei 3 juni “van rechtswege in beraad genomen zonder mondeling pleidooi”.  Alleen wanneer alle partijen zich daartegen verzetten wordt de zaak uitgesteld. In alle andere gevallen (ook wanneer een partij bezwaar formuleert tegen de schriftelijke behandeling) beslist de rechter wat er gebeurt en of de zaak wordt uitgesteld of toch gepleit en in dat laatste geval of het “eventueel” via een videoconferentie kan. Merkwaardig is wel dat wanneer alle partijen het eens zijn om de zaak schriftelijk te behandelen de rechter toch kan beslissen dat het anders moet. Dat stelt meteen de vraag wat de waarde is van de algemene regel die “van rechtswege” (tijdelijk) een schriftelijke behandeling oplegt. Er ontstonden meteen pittige discussies onder juristen over wat die “van rechtswege” dan precies betekent. Is dat niet zoiets als “automatisch”, zonder dat er verder iets moet gebeuren? Toch niet helemaal blijkbaar. Of beter: wanneer niemand zich verzet (en dus niets doet) is er tijdelijk een schriftelijke behandeling, maar wanneer iedereen zegt ermee in te stemmen, dan beslist de rechter. Het is duidelijk dat hierover nog het laatste woord niet is gezegd.

De tekst was nog maar vers gepubliceerd of op sociale media kwam er al de kritiek dat dit KB “nutteloos, onbruikbaar en contraproductief is (…) en een late en slechte aprilgrap”. Zo gaat het vaak met wijzigende regels, zeker wanneer ze zoals nu (relatief) snel tot stand komt.  Alleen het virulente karakter en de wijze van verspreiding is nieuw. Verder zijn juristen het blijkbaar aan zichzelf verplicht om discussie te voeren over de interpretatie.

Alles begint natuurlijk met een grondige lectuur van het KB. Er is ook het advies van de Raad van State bij het voorontwerp en het is duidelijk dat de regering dat advies ernstig heeft genomen en de oorspronkelijke tekst grondig heeft vertimmerd. De Orde van Vlaamse Balies organiseerde snel massaal gevolgde webinars, zodat de draagwijdte volgens sommigen heldere contouren kreeg.

Het KB dient nu ook te worden toegepast en hopelijk overal op dezelfde wijze. In dat verband zijn de eerste signalen vanuit de magistratuur niet erg gunstig. Het valt te vrezen dat over enkele dagen er weer een lappendeken van lokale regels zullen worden afgekondigd die nu eens in overeenstemming zijn met het KB,  soms het KB vrij interpreteren, dan wel het negeren of ermee in strijd zijn. Zittingszalen zullen vollopen of blijven leegstaan. En zal er misschien nu toch gepleit worden via beveiligde videoconferenties (écht waar, het kan technisch zowel voor magistraten en advocaten) ? En mogen we hopen dat we ook overal in Vlaanderen op dezelfde manier pleiten voor de webcam?

Misschien is er nu vooral nood aan pragmatisme. Laten we ervoor zorgen dat zaken behandeld worden. Het optimaal gebruik van de technologische mogelijkheden hoort daarbij.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

View all posts

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *