Xirius Public

XIRIUS PUBLIC is een ultra-gespecialiseerd kantoor in het grondwettelijk en administratief recht. Het kantoor is gevestigd te Brussel en heeft een tweede vestiging te Temse (Oost-Vlaanderen).

Het team van meer dan twintig advocaten gaat in elk dossier een partnerschap aan met de cliënt.

Daarbij staan dialoog, beschikbaarheid, resultaatgerichtheid en kwaliteit centraal.

Het kantoor is perfect tweetalig.

Het kantoor XIRIUS PUBLIC geeft het tijdschrift « Administration Publique » uit, waarvan één van de vennoten, Tangui Vandenput, de hoofdredacteur is.

1. Emmanuel JACUBOWITZ

LinkedIn
Mail

Emmanuel Jacubowitz is advocaat aan de balie van Brussel en Dendermonde en vennoot bij het kantoor Xirius Public.

Na 12 jaren aan de balie, heeft hij het belang van de bemiddeling ingezien en hij is thans ook bemiddelaar in burgerlijke, handels-, sociale en bestuurszaken.

Hij is gespecialiseerd in het grondwettelijk recht en het administratief recht, m.i.v. van het ambtenarenrecht, het gezondheidsrecht, de rusthuizen, de gereglementeerde beroepen, de reguleringsautoriteiten en de bemiddeling, en geeft regelmatig cursussen en opleidingen in deze materies.

Hij is eveneens medewerker van het tijdschrift « Administration publique ».

Ook is hij lid van de vzw « Genootschap Advocaten Publiekrecht » (GAP).

Tenslotte, is hij één van de vier voorzitters van de deontologische commissies van Pharma.be.

Hij verstrekt zijn diensten in het Nederlands, het Frans en het Engels.

2. Anthony POPPE

LinkedIn
Mail

Anthony Poppe is advocaat aan de Balie te Brussel en Dendermonde en vennoot bij het kantoor Xirius Public.

Zijn focus ligt op overheidsopdrachten, gezondheidsrecht, lokale besturen en ambtenarenrecht.

Als spreker neemt hij regelmatig deel aan studiedagen over deze rechtstakken.

Buiten zijn activiteit als advocaat, treedt hij regelmatig op als lesgever voor de vzw ESIMAP (studie-, diensten- en informatiecentrum inzake overheidsopdrachten).

Hij geeft ook in house opleidingen aan zijn cliënten met betrekking tot overheidsopdrachten.

Hij is medewerker van het tijdschrift « Administration Publique ».

Hij is lid van de vzw « Genootschap Advocaten Publiekrecht ».

 

In het kader van de Zesde Staatshervorming werd een tweede lid toegevoegd aan artikel 144 van de Grondwet dat de Raad van State en de federale administratieve rechtscolleges machtigt om te beslissen over de burgerrechtelijke gevolgen van hun beslissingen[1]. Parallel met deze grondwetswijziging werd met artikel 6 van de wet van 6 januari 2014[2] een artikel 11bis toegevoegd aan de Raad van Statewet[3].

Deze bepaling verleent de bevoegdheid aan de Raad van State om een schadevergoeding tot herstel toe te kennen aan elke verzoekende of tussenkomende partij die bij de Raad de nietigverklaring vordert van een administratieve rechtshandeling, onder de volgende voorwaarden:

  • de partij moet bij de Raad van State de nietigverklaring gevorderd hebben van een administratieve rechtshandeling[4];
  • de vordering wordt gericht tegen het bestuur dat de handeling heeft gesteld;
  • de verzoekende partij moet een nadeel geleden hebben door de rechtshandeling omwille van de onwettigheid ervan.

Vaste termijn

De vordering moet worden ingesteld uiterlijk binnen de zestig dagen na de kennisgeving van het arrest waarin de onwettigheid werd vastgesteld.

Wanneer een partij een verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend bij de Raad van State, kan zij geen klassieke aansprakelijkheidsvordering meer instellen bij de burgerlijke rechtbanken om het herstel van hetzelfde nadeel te bekomen en vice versa.

Er dient normaal gezien[5] een uitspraak gedaan te worden binnen twaalf maanden na de kennisgeving van het arrest waarin de onwettigheid werd vastgesteld.

De Raad van State zal bij de toekenning van een schadevergoeding rekening houden met alle omstandigheden van openbaar en particulier belang.

Wezenlijk verschil

Er bestaan wezenlijke verschillen tussen de burgerrechtelijke vordering tot bekomen van een schadevergoeding op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek enerzijds en de vordering tot schadevergoeding tot herstel voor de Raad van State anderzijds. Deze verschillen kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor alle partijen in het geding.

Met een zeer recent arrest van 23 mei 2019 heeft het Grondwettelijk Hof artikel 6 van de wet van 6 januari 2014 gevalideerd. Het Hof heeft geoordeeld dat artikel 6, ondanks deze verschillen, geen schending uitmaakt van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de verwerende partijen waartegen een vordering tot schadevergoeding werd ingesteld bij de Raad van State.

Hieronder worden een aantal factoren besproken die moeten afgewogen worden bij de keuze van de rechter waarbij een vordering tot schadevergoeding wordt ingesteld.

One-shot voor beide partijen

Een procedure voeren voor de Raad van State is een “one-shot” voor beide partijen. Dit is voor ons het belangrijkste onderscheid tussen beide procedures.

Er staat geen hoger beroep open tegen een arrest van de Raad van State ten gronde over de schadevergoeding noch een voorziening in cassatie. Bovendien kan er, zoals reeds opgemerkt, evenmin nog een vordering worden ingeleid bij de burgerlijke rechtbanken na het instellen van een verzoek tot bekomen van een schadevergoeding bij de Raad van State.

Ook al moet de fout niet worden aangetoond door de verzoekende partij, toch zal zij er zich zeer bewust van moeten zijn dat de vaak omvangrijke schadevergoedingsvordering en het complex dossier slechts één keer zullen beoordeeld worden[6].

Weliswaar zal de Raad van State de zaak reeds kennen maar dit impliceert normaal geen kennis van de schade veroorzaakt door de onwettigheid. Wel kan ook de Raad van State een deskundige aanstellen indien dit nodig blijkt voor de begroting van de schade[7].

Factor ‘tijd’

Daarnaast vormt tijd een belangrijke factor. De vordering tot schadevergoeding tot herstel moet worden ingesteld uiterlijk binnen de zestig dagen na kennisgeving van het arrest waarin de onwettigheid werd vastgesteld[8]. Deze termijn is kort, zeker wanneer op die tijd ook de nodige stukken moeten verzameld worden om de omvang van de schade aan te tonen.

Bovendien beknot deze korte termijn ook de mogelijkheid om onderhandelingen te voeren en het geschil over de schadevergoeding minnelijk te regelen. Onderhandelingen kunnen wel nog worden gevoerd in de loop van het geding.

Voordeel is wel dat de Raad van State in principe uitspraak moet doen binnen de twaalf maanden na de kennisgeving van het arrest waarin de onwettigheid werd vastgesteld. In de praktijk blijkt echter dat deze termijn overschreden wordt[9]. Op zich genomen lijkt de termijn van 12 maanden vastgelegd door de wetgever al niet realistisch te zijn rekening houdend met de vastgelegde procedure.

Toch zal de procedure voor de Raad van State over het algemeen sneller tot een eindresultaat leiden dan een procedure voor de burgerlijke hoven en rechtbanken.

Fout van de overheid

Een derde factor die de keuze beïnvloedt is de zekerheid dat de overheid een fout heeft begaan. Immers impliceert het vaststellen door de Raad van State van een onwettige bestuurshandeling niet noodzakelijk dat een fout in de zin van artikel 1382 B.W. aan het bestuur kan toegeschreven worden[10]. De burgerlijke rechtbank zal nog onderzoeken of de onwettigheid ook een fout van het bestuur inhoudt.

Wettelijk criterium

De Raad van State zal het bestaan van een fout niet onderzoeken aangezien niet de fout van het bestuur maar wel de onwettigheid van de bestuurshandeling het wettelijk criterium voor het toekennen van een vergoeding uitmaakt.[11] De Raad van State kan wel rekening houden met de fout van de overheid bij de beoordeling van de omstandigheden van particulier en openbaar belang die een invloed kunnen hebben op de omvang van de vergoeding.

Deze omstandigheden van particulier en openbaar belang kunnen er ook voor zorgen dat de gevraagde schadevergoeding wordt herleid terwijl een burgerlijke rechtbank in principe de integrale schadevergoeding zal toekennen.

De procedure voor de Raad van State is nog steeds relatief nieuw zodat deze omstandigheden van particulier en openbaar belang nog geen duidelijke betekenis hebben.

Herstel in natura

Verder beschikt de eisende partij voor de burgerlijke rechter over de mogelijkheid om een herstel in natura te vragen indien dit nog mogelijk is terwijl de Raad van State enkel een financiële schadevergoeding toekent[12].

Tot wie gericht?

Tot slot zal de schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State enkel kunnen gericht worden tegen de steller van de handeling terwijl de vordering voor de burgerlijke rechtbank kan gericht worden tegen elke persoon die door zijn fout heeft bijgedragen tot de totstandkoming van de vernietigde handeling[13].

 

Gelet op al deze factoren moet de keuze tussen de Raad van State en de burgerlijke rechtbank telkens voorafgegaan worden door een onderzoek in concreto van de omstandigheden van de zaak maar ook en vooral van de behoeften van de verzoekende partij. Dat de verzoekende partij achter de gemaakte keuze moet staan, spreekt immers voor zich.

Gedane zaken nemen hier zeker geen keer.


Anthony POPPE
Emmanuel JACUBOWITZ

Meer lezen van Xirius Public? Dat kan hier!

Voetnoten

[1] Deze bepaling is in werking getreden op 31 januari 2014.

[2] Met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet (hierna de wet van 6 januari 2014).

[3] Gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973.

[4] Het is niet steeds noodzakelijk dat ook effectief een vernietiging werd uitgesproken (RvS, 21 juni 2018, nr. 241.865, Lenglez; RvS, 21 juni 2018, nr. 241.866, gemeente Sint-Gillis; RvS, 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors).

[5] Er worden geen sancties verbonden door de wet aan de overschrijding van de termijn.

[6] Ook al doet het auditoraat ook een beoordeling van de zaak in het advies dat aan de Raad gegeven wordt.

[7] Art. 20-25 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

[8] Tegenover een termijn die normaal gezien 5 jaar zal bedragen na kennisgeving van het arrest van de Raad van State waarin de onwettigheid werd vastgesteld (art. 2262bis, § 1 tweede en derde lid B.W. juncto artikel 2244, § 1, lid 3, B.W.).

[9] RvS, 7 juli 2016, nr. 235.393, bvba Hippo Shop (15 maanden); RvS, 8 december 2016, nr. 236.697, vzw Milieusteunpunt Huldenberg (16 maanden). RvS, 4 oktober 2018, nr. 242.535, Point (20 maanden); RvS, 9 oktober 2018, nr. 242.565, bvba Creative Resin Solutions (37 maanden maar na tussenarrest). RvS, 12 maart 2019, nr. 243.917, X (32 maanden). RvS, nr. 244.490 van 16 mei 2019, nv Kantar Belgium, 15 maanden.

[10] Wanneer de overheid niet gebonden is door een rechtsnorm, die aan de betrokken overheid een welbepaald gedrag oplegt of verbiedt, moet haar gedrag worden getoetst aan de hand van het criterium van de normaal zorgvuldige overheid. In dat geval kan de aansprakelijkheid slechts volgen uit een onzorgvuldige gedraging van de overheid. Cass. 25 oktober 2004, RW 2006-07, 1485; Cass. 21 december 2007, TBP 2009, 551; Cass. 25 april 2008, RW 2011-12, 267.

[11] GwH, 23 mei 2019, nr. 70/2019, B.13.

[12] Hoewel de Raad van State in uitzonderlijke gevallen in een vernietigingsarrest zelf de overheid kan opleggen om op een bepaalde manier te handelen en op die manier een herstel in natura kan toekennen.

[13] Bijvoorbeeld tegen een adviesverlenend orgaan met een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die een foutief advies heeft gegeven op grond waarvan de beslissing genomen werd.

Xirius Public

XIRIUS PUBLIC is een ultra-gespecialiseerd kantoor in het grondwettelijk en administratief recht. Het kantoor is gevestigd te Brussel en heeft een tweede vestiging te Temse (Oost-Vlaanderen).

Het team van meer dan twintig advocaten gaat in elk dossier een partnerschap aan met de cliënt.

Daarbij staan dialoog, beschikbaarheid, resultaatgerichtheid en kwaliteit centraal.

Het kantoor is perfect tweetalig.

Het kantoor XIRIUS PUBLIC geeft het tijdschrift « Administration Publique » uit, waarvan één van de vennoten, Tangui Vandenput, de hoofdredacteur is.

1. Emmanuel JACUBOWITZ

LinkedIn
Mail

Emmanuel Jacubowitz is advocaat aan de balie van Brussel en Dendermonde en vennoot bij het kantoor Xirius Public.

Na 12 jaren aan de balie, heeft hij het belang van de bemiddeling ingezien en hij is thans ook bemiddelaar in burgerlijke, handels-, sociale en bestuurszaken.

Hij is gespecialiseerd in het grondwettelijk recht en het administratief recht, m.i.v. van het ambtenarenrecht, het gezondheidsrecht, de rusthuizen, de gereglementeerde beroepen, de reguleringsautoriteiten en de bemiddeling, en geeft regelmatig cursussen en opleidingen in deze materies.

Hij is eveneens medewerker van het tijdschrift « Administration publique ».

Ook is hij lid van de vzw « Genootschap Advocaten Publiekrecht » (GAP).

Tenslotte, is hij één van de vier voorzitters van de deontologische commissies van Pharma.be.

Hij verstrekt zijn diensten in het Nederlands, het Frans en het Engels.

2. Anthony POPPE

LinkedIn
Mail

Anthony Poppe is advocaat aan de Balie te Brussel en Dendermonde en vennoot bij het kantoor Xirius Public.

Zijn focus ligt op overheidsopdrachten, gezondheidsrecht, lokale besturen en ambtenarenrecht.

Als spreker neemt hij regelmatig deel aan studiedagen over deze rechtstakken.

Buiten zijn activiteit als advocaat, treedt hij regelmatig op als lesgever voor de vzw ESIMAP (studie-, diensten- en informatiecentrum inzake overheidsopdrachten).

Hij geeft ook in house opleidingen aan zijn cliënten met betrekking tot overheidsopdrachten.

Hij is medewerker van het tijdschrift « Administration Publique ».

Hij is lid van de vzw « Genootschap Advocaten Publiekrecht ».

View all posts

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *