Jubel

Jubel staat voor Juridisch België en is het online content platform met actueel juridisch nieuws en spraakmakende content voor juridische professionals.
Jubel is gespecialiseerd in juridisch nieuws van, voor en over advocaten, fiscalisten, juristen, bedrijfsjuristen, notarissen, gerechtsdeurwaarders, paralegals, magistraten, rechtenstudenten… Op Jubel verschijnen dagelijks juridisch actuele onderwerpen over alle aspecten van het recht in België. Om die reden is Jubel een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van evoluties in juridische wereld en het Belgisch recht.

P. BAEKEN verkocht in 2008 zijn aandelen in onder meer BAEKEN VERHUIZINGEN BVBA aan DAMS BVBA. Het overnamecontract voorzag in concurrentieverbod voor P. BAEKEN gedurende 8 jaar in België. In 2012 startte P. BAEKEN een nieuwe verhuisfirma, ABC VERHUIZERS BVBA. Tussen overnemer en overlater ontstond een juridisch geschil.

Territoriaal criterium

Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde in deze kwestie op 9 mei 2016 (2014/AR/1152) dat het overeengekomen niet-concurrentiebeding rechtsgeldig was, niettemin de overgenomen activiteiten volgens P. BAEKEN beperkt zouden zijn geweest tot de ‘regio Turnhout’ en dus niet over gans het Belgisch grondgebied. Dit laatste argument zou volgens het Hof geen belang hebben bij de beoordeling van de ruimtelijke beperking van het concurrentieverbod. Ook de bedongen duurtijd van 8 jaar leek de beroepsrechter niet abnormaal lang in de verhuissector.

Cassatie is het niet eens met het Antwerpse Hof

Het Hof van Cassatie verbrak recent op 14 september 2017 (C.16.0354.N/3) het Antwerpse arrest. Het Antwerpse Hof had volgens Cassatie niet onderzocht of het concurrentieverbod verder reikte dan noodzakelijk om concurrentie tegen te gaan en daardoor na te gaan of er sprake was van een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van handel en nijverheid. In het kader van een contractueel beding dat de ondernemingsvrijheid van een partij beperkt, moet een rechter immers controleren of de clausule het rechtmatig belang van de schuldeiser dient en het bovendien niet verder reikt dan noodzakelijk om dat belang te beschermen.

Niet-concurrentiebeding: het principe

Een niet-concurrentiebeding is op het vlak van rechtsgeldigheid aan strikte beperkingen onderworpen. Een onbeperkt concurrentieverbod is in strijd met de vrijheid van handel en nijverheid zoals opgenomen in artikel 7 van het Decreet D’Allarde van 2 – 17 maart 1791, thans artikel II.3 Wetboek Economisch Recht. Elke persoon heeft namelijk het recht om deel te nemen aan handel en nijverheid en om een beroepsbezigheid uit te oefenen. Contractuele schendingen zijn nietig wegens strijdig met de openbare orde.

Derhalve moet een niet-concurrentiebeding in tijd en ruimte beperkt zijn alsook op het vlak van de activiteit die aan de schuldenaar van het beding wordt ontzegd. De beperkingen moet men altijd zien in het licht van het doel van het concurrentieverbod. Dit kan zijn het genot van het cliënteel te waarborgen en/of de knowhow te beschermen. De concrete gegevens van de zaak, zoals de aard van de activiteiten en de relevante markt, zijn daarbij ter beoordeling relevant.

Partiële nietigheid van het beding

Dit wil niet zeggen dat een niet-concurrentiebeding dat niet aan alle strikte voorwaarden voldoet geheel nietig is. Wanneer een beding strijdig is met een bepaling van openbare orde, kan de rechter indien een partiële nietigheid mogelijk is, deze nietigheid beperken tot het gedeelte van het beding dat strijdig met de openbare orde is, op voorwaarde dat het behoud van het gedeeltelijk vernietigde beding beantwoordt aan de bedoeling der partijen.

In een arrest van 9 oktober 2017 beperkte het Hof van Beroep te Antwerpen (2016/AR/89) de ruimte van de gelding van een concurrentieverbod om zo aan de bedoeling der partijen en de algemene geest van een overeenkomst tegemoet te komen. De betrokken partij was gevestigd in België en gelet op de relatief beperkte markt waarin zij actief was, besloot het Antwerpse Hof in die zaak om de ruimte die redelijkerwijze noodzakelijk geacht werd om het doel van het concurrentieverbod te bereiken, ambtshalve te herleiden, cq. te beperken tot België, hoewel het litigieuze beding geen territoriale beperking bevatte en dus in se nietig was.

Het Hof van Cassatie zond de eerste geannoteerde kwestie opnieuw ter beoordeling naar het Hof van Beroep te Brussel. Deze laatste zal moeten nagaan of het bewuste niet-concurrentiebeding naar territorium geografisch beperkt tot het ganse Belgische grondgebied al dan niet verder reikt dan noodzakelijk voor de overnemer, nu de (concurrerende) overlater voorhoudt dat de overgedragen verhuisactiviteiten zich in hoofdzaak beperk(t)en tot de regio Turnhout. Het Hof zal desgevallend de (partiële) nietigheid moeten uitspreken. Ongetwijfeld een boeiend arrest om naar uit te kijken.

Ignace Kroos

De auteur is advocaat bij Caluwaerts Uytterhoeven Advocaten.

Meer lezen van Caluwaerts Uytterhoeven Advocaten? Klik hier.

Jubel

Jubel staat voor Juridisch België en is het online content platform met actueel juridisch nieuws en spraakmakende content voor juridische professionals.
Jubel is gespecialiseerd in juridisch nieuws van, voor en over advocaten, fiscalisten, juristen, bedrijfsjuristen, notarissen, gerechtsdeurwaarders, paralegals, magistraten, rechtenstudenten… Op Jubel verschijnen dagelijks juridisch actuele onderwerpen over alle aspecten van het recht in België. Om die reden is Jubel een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van evoluties in juridische wereld en het Belgisch recht.

View all posts

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *