Rik Deblauwe

Rik.Deblauwe@tiberghien.com'

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting (nieuwe editie 2019) alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Ook nalatenschappen van niet-inwoners zijn aan een erfbelasting onderworpen: die wordt dan ‘recht van overgang’ genoemd. Vroeger was dit het recht van overgang bij overlijden. Denk aan een Duits inwoner met een appartement in Knokke, of met een landgoed in Namen.

Veel wijzigingen zijn daar niet aan gebracht door de invoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, maar we bekijken toch even of er indirect iets gewijzigd is, meer bepaald als de erflater onroerend goed bezat in meer dan één gewest. Daar is nogal wat verwarring over.

  1. Ter herinnering: voor de definitie van het successierecht en van het recht van overgang wordt in de Codex [1] verwezen naar de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten.

Deze wet bepaalt dat de (opbrengst van) deze belastingen aan de gewesten wordt toegewezen in functie van hun lokalisatie [2], en hier werd dan bepaald dat het het recht van overgang bij overlijden van niet-rijksinwoners toekomt aan het gewest waar de goederen gelegen zijn; indien zij gelegen zijn in meerdere gewesten, aan het gewest waartoe het ontvangstkantoor behoort in wiens ambtsgebied het deel van de goederen met het hoogste federaal kadastraal inkomen gelegen is”.

Volgens de financiewet moeten we dus nagaan in welk ontvangkantoor de goederen gelegen zijn, en per ontvangkantoor nagaan welk het totale KI is. Het ontvangkantoor waar de goederen met het hoogste KI gelegen zijn bepaalt dan welk gewest bevoegd is voor de heffing.

  1. Het begrip ontvangstkantoor komt echter niet meer voor in de Vlaamse Codex. De aangiften moeten nu altijd ingediend worden “bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie” [3], en er is maar één dergelijke entiteit, in Aalst [4]. Het komt ons voor dat deze ‘bevoegde entiteit’ voortaan als ‘ontvangstkantoor’ in de zin van de bijzondere financiewet beschouwd moet worden, om te bepalen aan welk gewest de belasting toekomt.

Als er maar één Belgisch onroerend goed van de nalatenschap afhangt, is het dus nog altijd eenvoudig.

Maar wat als er meerdere zijn?

Eerste standpunt: per ontvangkantoor en per verkrijger

  1. Op een parlementaire vraag van 2012 [5] werd als volgt geantwoord:

“Veronderstel dat X een onroerend goed nalaat in Leuven, dat hij legateert aan A, een in Oostende, dat hij legateert aan B, en een onroerend goed in Waver, dat hij legateert aan C. Het onroerend goed in A heeft een groter kadastraal inkomen.

In dat geval moet A zijn onroerend goed aangeven bij het kantoor te Leuven, B te Oostende en C te Waver.”

Ook Decuyper volgt dit standpunt [6].

Concreet zou men dus moeten nagaan, per verkrijger:

  • in het ambtsgebied van welk ontvangkantoor zijn de goederen gelegen?
  • Hoeveel bedraagt hun KI?
  • Het hoogste KI per ambtsgebied bepaalt waar hij zijn aangifte moet indienen;
  • En dat bepaalt dan ook de toepasselijke wetgeving.
  1. Dat klopt o.i. niet: de bijzondere financiewet verwijst immers niet naar het KI per erfgenaam, maar naar “het gewest waartoe het ontvangstkantoor behoort in wiens ambtsgebied het deel van de goederen met het hoogste federaal kadastraal inkomen gelegen is”.

Het komt mij voor dat men dus moet redeneren per nalatenschap, en voor de hele nalatenschap kan nagaan in welk ambtsgebied het hoogste KI ligt. Voor Vlaanderen moet men dus het KI van alle onroerende goederen – van de hele nalatenschap – samentellen. Voor Brussel en Wallonië niet: daar zijn er nog verschillende ontvangkantoren. En het hoogste KI bepaalt dan ook de toepasselijke wetgeving. Is dat de Vlaamse wetgeving, dan is het bevoegde ontvangkantoor eenvoudig, vermits er maar één meer is; voor de andere gewesten kan men dan nagaan waar het ontvangkantoor met het hoogste KI ligt, en dat is bevoegd voor de heffing over de totale nalatenschap, en voor alle erfgenamen.

  1. Dit volgt ook uit de voorbereidende werken van de financiewet. In de memorie van toelichting [7] bij art. 5 werd immers gezegd:

“Deze criteria kunnen hoofdzakelijk onderscheiden worden in twee groepen. […] Voor het successierecht en het recht van overgang bij overlijden is voor de verdeling van de opbrengst, al naar het geval, bepalend de laatste woonplaats van de overledene, de laatste woonplaats van de afwezige of de plaats waar de goederen van de overledene die geen Rijksinwoner is, zijn gelegen; indien de goederen van de overledene die geen Rijksinwoner is, gelegen zijn in meer dan één Gewest, wordt de lokalisatie bepaald door het Gewest waar het deel van de goederen dat het hoogste kadastraal inkomen uitmaakt, zich bevindt.”

Men heeft het dus over “de goederen van de overledene “. Noch in de wet, noch in de voorbereidende werken is dus sprake van de verkrijger. We moeten dus per nalatenschap redeneren.

Tweede standpunt: per gewest en per nalatenschap

  1. Een ander standpunt vinden we in FAQ (Frequently Asked Questions) op de Vlaamse website [8]:

“Recht van overgang bij overlijden van niet-rijksinwoners met onroerende goederen in het Vlaams Gewest.
Opgelet: Als de onroerende goederen van de overleden niet-rijksinwoner in meer dan één gewest gelegen zijn, moet de aangifte van nalatenschap alleen in het Vlaams Gewest worden ingediend als het deel van de onroerende goederen met het hoogste kadastraal inkomen daar gelegen is.”

Het bericht maakt dus (terecht) geen onderscheid meer naargelang de goederen aan dezelfde of aan verschillende personen toekomen, maar let (ten onrechte) ook niet op het ontvangkantoor, maar kijkt naar het hele gewest.

Ook dat is o.i. verkeerd: men let niet op het KI per gewest, maar op het KI per ontvangkangtoor.

  1. We vinden een echo van dit standpunt in een parlementaire interpellatie in de commissie financiën van het Brussels parlement, door de heer Olivier de Clippele [9]. Het parlementslid vraagt zich af – en o.i. terecht – wat de gevolgen zijn voor de Brusselse begroting, maar de Brusselse minister van Financiën zegt eerst dat die er niet zijn:

De heer Guy Vanhengel, minister, antwoordt eerst:

“Het artikel in kwestie bepaalt dat de belasting in zo’n geval wordt geheven door het gewest waar zich die gebouwen bevinden. Als de overledene de eigenaar was van gebouwen in meerdere gewesten, wordt de belasting geheven door het gewest waar zich het belastingkantoor bevindt dat bevoegd is voor het deel van de gebouwen met het hoogste kadastraal inkomen. Men bedoelt daarmee het gewest waar zich het gebouw met het hoogste kadastraal inkomen bevindt. De manier waarop een gewest zijn fiscale administratie of belastingkantoren organiseert, mag immers niet meespelen.”

M.a.w. de minister telt dus alle KI’s samen per gewest, niet per ontvangkantoor.

In de discussie later wordt het nog duidelijker:

De heer Guy Vanhengel, minister (in het Frans)

De federale wetgeving bepaalt wel de gelijk dat het gewest waar de gebouwen met het hoogste gezamenlijke kadastraal inkomen staan, de belasting int.

De heer Olivier de Clippele (MR) (in het Frans)

Nee, volgens de financieringswet is dat het gewest waar het registratiekantoor is gevestigd dat bevoegd is voor de gebouwen met het hoogste gezamenlijke kadastraal inkomen. Dat is iets anders.

Waar haalt u uw interpretatie van de federale wet vandaan?

De heer Guy Vanhengel, minister (in het Frans)

Van de FOD Financiën.”

Derde – en juiste – standpunt: per ontvangkantoor en per nalatenschap

  1. Maar nog even later gaat de minister plotseling twijfelen:

“De heer Guy Vanhengel, minister (in het Frans)

Nee, want volgens mij interpreteerde de federale overheid de regel vroeger ook al zoals ik daarnet heb gezegd. Ze telde de kadastrale inkomens van alle goederen in elk afzonderlijk gewest bij elkaar op en ging vervolgens na in welk gewest het eindresultaat het hoogst was…

(verder in het Nederlands)

Excuseert u mij. Mijn medewerker zegt me net dat de kadastrale inkomens van goederen in eenzelfde gewest niet bij elkaar geteld worden!”

  1. Het komt ons voor dat de interpretatie van de medewerker de juiste is. Men bekijkt per ontvangkantoor en per nalatenschap, niet per erfgenaam of per gewest. En voor Vlaanderen is er maar één ontvangkantoor meer. De financiewet is duidelijk. Vlaanderen haalt dus, door voortaan alle heffing in één ontvangkantoor te concentreren, meer nalatenschappen naar zich toe dan vroeger. Het Brussels Parlementslid had gelijk.

Rik Deblauwe – Deze tekst werd eerder gepubliceerd op www.lexfin.be en is een aanvulling op de Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting

[1] art. 1.1.0.0.2, eerste lid, 16° van de Codex

[2] Artikel 5 § 1 van dezelfde wet

[3] Artikel 3.3.1.0.5 VCF

[4] In Aalst namelijk, Vaartstraat 16, volgens de FAQ, http://financien.belgium.be/nl/Actueel/150114_vlaams_gewest_voortaan_bevoegd_voor_successie-_en_bepaalde_registratierechten_-_faq.jsp

[5] Vraag nr. 664 van de heer Devlies dd. 14.12.2012, besproken door S. Dinneweth: “Parlementaire vraag betreffende het bevoegd kantoor inzake het recht van overgang”, Nieuwsbrief Successierechten, 2013/10/6.

 

[6] Decuyper, Successierechten, nr. 854/1 ev.

[7] Doc. 635, zitting 88-89, p. 9.

[8] http://financien.belgium.be/nl/Actueel/150114_vlaams_gewest_voortaan_bevoegd_voor_successie-_en_bepaalde_registratierechten_-_faq.jsp

[9] Op 23 februari 2015, Integraal verslag, Commissie voor de Financiën en de Algemene zaken, 2014-2015, I.V. Com 52, blz. 7, op fisconet.

Rik.Deblauwe@tiberghien.com'

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting (nieuwe editie 2019) alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

View all posts

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *