BIBF

De boekhouder-fiscalist en het BIBF is de bevoorrechte adviseur van zelfstandige ondernemers, KMO’s en vrije beroepsbeoefenaars.

In België mogen enkel de personen die over een erkenning beschikken het beroep van boekhouder(-fiscalist) als zelfstandige, in hoofd- of bijberoep, uitoefenen. Deze beroepsbeoefenaars dragen de titel van erkend boekhouder of erkend boekhouder-fiscalist.

Sinds 1 juli 2013 kan een boekhouder die in loondienst of in overheidsdienst werkt, ook - op vrijwillige basis - lid worden van het Instituut.

Het BIBF is een publiekrechtelijke instelling, opgericht bij Koninklijk Besluit van 19 mei 1992 dat vervangen werd door de Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen.

De opdracht van het Instituut bestaat erin het tableau van de beroepsbeoefenaars, erkende boekhouders(-fiscalisten) en de lijst van de stagiairs boekhouders(-fiscalisten) bij te houden. Dezen (zowel natuurlijke personen als rechtspersonen) zijn bij wet gemachtigd om als zelfstandige beroepsbeoefenaars boekhouddiensten voor rekening van derden te verrichten. Het Instituut heeft tevens als opdracht erop toe te zien dat de regels van de deontologie worden nageleefd, zodat de opdrachten die aan zijn leden worden toevertrouwd tot een goed einde kunnen worden gebracht.

Daarnaast staat het BIBF ook in voor de organisatie van de stage, die leidt tot de wettelijke erkenning als erkend boekhouder(-fiscalist).

Het Instituut telt meer dan 6000 leden en stagiairs.

www.bibf.be

Het Hof van Cassatie velde op 22 maart 2019 een kort arrest dat evenwel belangrijke consequenties kan hebben.

Het Hof van Cassatie oordeelde als volgt:

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

  1. Overeenkomstig artikel 49 WIB92 zijn aftrekbaar als beroepskosten de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Opdat een kost aftrekbaar is als beroepskost, is vereist dat hij werd gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De belastingplichtige dient te bewijzen dat de kost beantwoordt aan werkelijk geleverde prestaties.

Wanneer de rechter vaststelt dat een uitgave beantwoordt aan werkelijk geleverde prestaties, kan de aftrekbaarheid van deze uitgave als beroepskost niet worden geweigerd op de enkele grond dat de prestaties niet werden verricht door of namens degene aan wie werd betaald.

  1. De appelrechters die vaststellen dat de echtheid van de door ‘X’ bvba gefactureerde kosten voor managementprestaties, het bedrag ervan en het feit dat de kosten werden gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden vaststaan, maar die niettemin de aftrek van deze kosten weigeren op de loutere grond dat uit de stukken niet blijkt dat “‘X’ bvba zelf, zij het via haar organen, daadwerkelijk de gefactureerde managementprestaties heeft uitgevoerd binnen [de eiseres]”, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

We weten allen dat, opdat een kost aftrekbaar zou zijn als beroepsuitgave, vereist is dat de kost gedaan is om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en dat de belastingplichtige moet bewijzen dat de kost beantwoordt aan werkelijk geleverde prestaties.

Wanneer een rechter vaststelt dat een uitgave beantwoordt aan werkelijk geleverde prestaties, maar wanneer deze prestaties niet geleverd zijn door diegene die de factuur uitreikt, dan blijft de uitgave toch een aftrekbare uitgave. De aftrekbaarheid van dergelijke uitgave als beroepskost, kan niet worden geweigerd op de enkele grond dat de prestaties niet werden verricht door of namens diegene die de factuur heeft uitgereikt.

Dit heeft belangrijke gevolgen voor managementvennootschappen. We kennen allen de problematiek waarmee managementvennootschappen geconfronteerd worden. Ze leveren zelf soms geen prestaties, maar de prestaties worden geleverd door de zaakvoerder persoonlijk, of iemand anders, maar niet door de managementvennootschap zelf.

De Administratie weigerde daarom nogal eens de aftrek van de kost die door de managementvennootschap werd gefactureerd aan een andere vennootschap voor prestaties geleverd door haar zaakvoerder. Deze managementvennootschap leverde immers geen prestaties en dus werd volgens de Administratie ten onrechte door haar een factuur uitgereikt.

Wanneer evenwel zou komen vast te staan dat er effectief prestaties geleverd zijn, dan zou het dus volgens het Hof van Cassatie geen rol meer spelen wie de prestaties effectief geleverd heeft. Dat moet dan niet diegene zijn aan wie de prestaties gefactureerd worden. Een factuur aan een managementvennootschap blijft aldus aftrekbaar als kost, wanneer zou vast komen te staan dat de werkelijke prestaties geleverd zijn, ook al zijn die prestaties dan niet geleverd door de managementvennootschap zelf, maar bijvoorbeeld door haar zaakvoerder of één van haar bestuurders in eigen naam.

Een niet te vergeten nuance wat betreft de aftrek van de kosten in kwestie.

Henri Vandebergh & Annemiek Lewandowski

Vandebergh & Lewandowski Advocaten

Meer lezen van het BIBF? Dat kan hier.

Add comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *